Rug
Ga op een stoel zitten en zet de voeten iets uit elkaar.
1. Maak de rug hol en bol. U kantelt hierbij het bekken naar voor en achter. Indien dit
niet lukt, ga dan eerst op de handen zitten. U voelt dan twee botjes. Ga er voor
zitten, rol er overheen tot u er achter zit.
2. Als u ook wat last heeft tussen de schouderbladen, dan kunt u ook de nek
strekken bij het hol maken van de rug en buigen bij het bol maken. Leg de handen
in de nek en beweeg mee met de armen. Spreid de ellebogen zo ver mogelijk uit
elkaar bij hol, breng ze zo dicht mogelijk bij elkaar bij bol.
Let op de ademhaling: rustig inademen bij hol maken, uitademen bij bol maken.
Ga aan een tafel staan zodat u met de handen kan steunen.
1. Maak de rug hol en bol. U kantelt hierbij het bekken naar voor en achter.
Ga op een stevige ondergrond staan met de handen en knieën schouderbreed uit elkaar. De armen en bovenbenen staan loodrecht onder u.
2. Maak de rug hol en bol. U kantelt hierbij het bekken naar voor en achter.
Let op de ademhaling: rustig inademen bij hol maken, uitademen bij bol maken.
Ga op een stevige ondergrond liggen.
Buig de knieën en zet de voeten tegen elkaar. Draai beide knieën zo ver mogelijk opzij. Hou even vast en draai naar de andere kant.
Ga op een stevige ondergrond staan met de handen en knieën schouderbreed uit elkaar. De armen en bovenbenen staan loodrecht onder u.
Strek het rechter been gestrekt naar achter. Tegelijkertijd strekt u de linker arm gestrekt naar voor. Hou even vast. Ga terug en doe dit met het linker been en rechter arm. Als dit niet in één keer lukt, begin dan met de benen en gebruik later de armen erbij.
Ga op een stevige ondergrond liggen.
1. Deze oefening is voor de rechte buikspieren. Leg de handen in de nek, buig de
knieën en zet de voeten iets uit elkaar. Kom iets overeind, zo ver dat de schouders
van de ondergrond zijn. Hou even vast en ga rustig terug.
2. De volgende oefening is voor de schuine buikspieren. Doe oefening 1, maar draai
met de rechter ellboog naar de linker knie en vice versa.
Let op uw ademhaling. Blijf rustig doorademen en hou de adem niet vast.
